Flashcards
aqua zoo

Cards in this deck (68)
- 1—Zijdehoen
in kinderboerderij
Kunnen goed tegen extreem lage temperaturen.
Bijzonder goede broeders, niet van het nest af te krijgen
- 2—Tafeleend
Watervolgelplas
Sociale dieren in grote groepen.
Duikt maar kan ook grondelen
Schijnt uitzonderlijk lekker te zijn (vandaar de naam.
- 3—Indische Streepkopgans
Bij ooievaar
Monogame koppels binnen familie groepen.
Beide ouders doen aan broedzorg.
Kunnen heel hoog en heel ver vliegen. Moeten over de himalaya heen.
- 4—Smient,
Watervogelplas
Sociaal. Na paring verdwijnt ♂.
- 5—Slobeend.
Watervogelplas
Slobbert voedsel uit het water maar kan ook grondelen.
Vliegt graag.
♂ doet niet aan broedzorg
- 6—Kuifeend
watervogelplas
Is een duikeend.
- 7—Krooneend
watervogelplas
♂ gaan in het broedseizoen in de rui. Doen niet aan broedzorg.
- 8—Goudfazant
Kinderboerderij
In paren of kleine groepen.
Slapen in bomen.
Niet monogaam.
♂ doet niet aan broedzorg
- 9—Europese kwak
in volière
Noord Amerika. Natte gebieden
Koloniën voor rusten en broeden.
♂ zoekt territorium en lokt ♀. ♂ begint met het maken van een nest, ♀ maakt het af. Beiden broedzorg.
- 10—Brilduiker
Watervolgelplas
Monogaam.
Duiken tot op een diepte van vier meter
Keren steentjes om onder water om voedsel te vinden
- 11—Brandgans
watervogelplas
Monogaam
Koppels in grote groepen.
Beiden doen aan broedzorg.
Brandganzen die in poolgebied broeden kunnen, door lang daglicht, nesten beter beschermen. Meer jongen
- 12—Bergeend
watervogelplas
Erg sociaal, in grote groepen.
Monogaam.
- 13—Bahama pijlstaart
Seizoensmonomgaam.
Kan erg hoog vliegen.
Jongen van verschillende nesten vormen soms samen groepen
- 14—Zwarte pacu.
Grootste karperachtige van Z.Amerika
Habitat wordt gekozen aan de kwaliteit van aanwezig voedsel.
Leven in scholen.
Zaden die ze eten worden ook weer uitgepoept--> verspreiding zaden.
- 15—Zwartvoetpinguin
EEP
Zuidelijk afrika. In gebieden waar de temp. niet teveel schommelt.
Binnen 40 km van de kust.
Grote kolonies, monogaam voor het leven.
2 x per jaar 1-3 eieren, beide broedzorg.
kuikentjes in de crèche na twee weken.
Goede camouflage voor in de zee.
zwarte rug, witte buik.
- 16—Californische zeeleeuw.
ESB
Kust west amerika. habitat water en strand.
Op land sociaal, haremgroepen met 1 ♂.
concurrentie w.b. territoria op het strand.
Kunnen niet zweten, zoeken water voor afkoeling.
Oorschelpen, kunnen ze afsluiten bij duiken.
Gebruiken neusharen om prooi op te sporen.
Drinken geen zeewater, halen vocht uit voedsel
- 17—Zuid Amerikaanse zeebeer
ESB
Zuid Amerika, Open water langs de kust.
Groepen.
Tijdens paarseizoen in haremgroepen. Eerst baren, dan na week, paren. Uitgestelde eicelontwikkeling. 1 jong per jaar. ♀ migreren niet. Blijven in de buurt van paarstranden. Pups gaan in de crèche.
Hebben oorschelpen en kunnen lopen op hun flippers. Dikke pels, aantrekkelijk voor jacht.
- 18—Zuid Amerikaanse tapir EEP
zuid amerika. Warm vochtige gebieden, water en land.
Solitair behalve tijdens paartijd.
♂ trekt ♀ aan door territorium af te bakenen met urine. 1 kalf per jaar.
Onevenhoevigen, vier tenen per voorpoot drie per achterpoot. Vlucht bij gevaar het water in, gebruikt slurfje als snorkel.
- 19—Stinkdier
Noord Amerika. Zijn overal behalve op grote hoogten. Solitaire nachtdieren. Eten alles. ♀ laat paring pas toe als ze vruchtbaar is. ♂ zijn polygaam, ♀ niet.
Geen territorium, wel een leefgebied. Weinig natuurlijke vijanden. Staat in een U vorm bij sproeien, kijkt slachtoffer dus aan.
- 20—Witgezicht saki. EEP
Apen nieuwe wereld. Zuid amerika
Regenwoud in boomtoppen
Familiegroepen.
monogaam, 1 jong per worp, ook vader en broers en zussen doen mee aan opvoeding.
- 21—Witvleugelboseend
ESB
ZuidOost Azie. Moerassen bij bossen.
Solitair of in paren. Nest in een boomholte, boven de grond.
- 22—Sneeuwuil
Canada, Rusland, Scandinavie.
Arctische toendra's.
♂ bepaalt territorium, ♀ zoekt plek voor nest op de grond bekleed met veertjes en mos.
kan nek 270graden draaien door 14 nekwervels met grote gaten.
Geluidloos vliegen door speciale veertjes langs vleugels.
jaagt op lemmingen, legt voorraden aan.
bekend van harry potter, Hedwig
- 23—Rode carsarca
bij jufferkraanvogel
India, Rusland, Afrika.
Zoet en brak water.
Sociaal nacht actief.
Koppels erg territoriaal, het hol wordt gemaakt in een zand-of kleibank. ♀ broedt, ♂ beschermt. Beide verzorgen
- 24—Roze pelikaan
Afrika, Azie, M. Oosten, Europa
Ondiep water, delta's, moerassen.
leven in groepen/kolonies
broeden in groepen, nesten op de grond, jongen gaan in de crèche.Werken samen bij het vissen. Roze kleur door kleurstoffen in voedsel, algen en kreeftjes, garnalen
- 25—Rode ibis
Zuid Amerika. Bij water in de buurt.
groepen van tientallen.
Broeden in kolonies, ♂ vertoont baltsgedrag, wordt erg agressief als ♀ niet in de buurt blijft. ♂ heeft meerdere♀.
Rode kleur komt door kleurstof in kreeftjes en kleine krabben.
- 26—Rode panda EEP
Pitt Corridor tussen India en Nepal
Gematigde wouden op grote hoogte. Leeft in bomen.
Solitaire schemerdieren.
Zoeken soortgenoten alleen in paarseizoen. Beiden verspreiden geur. Paren op de grond. ♀ één keer per jaar, één dag vruchtbaar.Meestal 2 jongen ♀ zorgt alleen voor jongen.
Zesde vinger aan pols, handig voor het eten van bamboe. carnivoor gebit en darmstelsel. Veel bamboe eten voor calorieën.
- 27—Roodbuikpiranha
Zuid amerika. zoetwaterrivieren, meren.
Zwemt in scholen.
♂ bouwt nest, ♀ legt veel eieren, geen broedzorg.
Actief in de schemering en 's nachts.
Eet alleen als hij honger heeft, dode, zieke, of gewonde dieren.
- 28—Oehoe
Grootste uil, einde voedselketen
solitair.
monogame koppels vanaf de herfst, plaatstrouw voor nest, vaak terug naar oude nest.
Drie broedparen in Z.Limburg
kan nek 270graden draaien door 14 nekwervels met grote gaten.
Geluidloos vliegen door speciale veertjes langs vleugels.
oehoeboeroe in Paulus de boskabouter
- 29—Ringstaartmaki
ESB
Halfapen
Madagascar, bos en rotsachtig gebied.
Erg sociaal. alpha♀ is de baas in groepen met evenveel ♂ als ♀
♂ heeft geurklieren aan polsen. verspreidt geur over lichaam en staart, houdt stinkgevechten. Winnaar paart met ♀. Vaak een tweeling.
Nagel 2e teen is klauwkam. hiermee kamt hij staart en vacht. kenmerken van insecteneter, spitse natte neus. Niet heel slim.
Geen concurrentie van apen op madagascar daarom dagactief.
- 30—Moeraswallaby ESB
Australie. Dichte bossen en moerasgebieden. Solitaire nachtdieren.
Buideldier, jong wordt snel na bevruchting geboren. Daarna maand of 8 in buidel.
Zwarte handen en neus.
- 31—Reuzenotter
EEP
Zuid Amerika, regenwoud, langs rivieren, meren en moerassen.
Familiegroepen, sociaal dagdier.
geboorte in droge seizoen, 1-6 jongen.
moeder begint met zwemles als jongen nog blind zijn. Gebruikt snorharen voor locatie prooi, houdt eten in voorpoten vast. Gezamenlijke wc plek--> afbakenen territorium
- 32—Nijlkrokodil
EEP
Afrika, zoetwatermeren, rivieren, moerassen
Grote groepen, goed sociaal gedrag maar sterke hiërarchie. lichamelijk contact wordt getolereerd.
Goede broedzorg. Geslacht wordt (bij alle krokodillen) bepaald door temperatuur
- 33—Jufferkraanvogel
bij rode casarca
Rusland, Inda, Z.Afrika.
Graslanden, droge gebieden. Monogaam koppel in grote groepen. Ook paringsdans. 2 eieren, beide broeden. Koppels gaan uit elkaar als er geen nakomomelingen komen.
- 34—Koikarper
Europa. Zoet water.
leggen 300 000 eitjes. komen na 4 dagen uit.
- 35—Moerrasschildpad ESB
Z. Europa, Rusland, M.Oosten.
Solitair en meestal in het water.
Eieren in holletjes in de grond. temp. bepaalt het geslacht. Geen geslachtschromosomen. Geen broedzorg.
Geen tanden maar verhoornde lippen.
Jongen hebben een eitand.
- 36—Koereiger
in volière
Afrika, Azie, Amerika. Moerassen en weilanden.
In kolonies, dagactief. ♂ bezetten territorium, ♀ zoekt uit. Beiden broedzorg
- 37—Kuifhoenderkoet
bij tapir en capibara
Zuid amerika
Moerasachtige pampa.
In grote groepen buiten de broedtijd.
Kan zweefvliegen en heeft geen zwemvliezen
- 38—Groene leguaan
Zuid amerika, jungles.
per territorium 1 ♂ 4-6♀. Gezamenlijke nestplaats, geen broedzorg. Temperatuur bepaalt het geslacht.
Graven lange tunnels met aan einde de eierkamer. Jongen hebben een eitand om uit het ei tekomen.
- 39—Gibbon
Apen oude wereld.
Azie, borneo. Regenwouden.
Familiegroepen. 1 jong per 2-3 jaar. Hele gezin helpt bij opvoeding.
Ze zingen 's ochtends naar elkaar, schept een band.
Slingeren door de toppen van de bomen, net zo snel als vogels kunnen vliegen.
Kunnen heel lang aan 1 arm hangen. Opponeerbare duim en teen.
- 40—Hamerkop ESB
in volière
Zuid Afrika. open bosgebieden, half woestijnen met water en nestgelegenheid.
Paren, soms in kleine groepen. Vaak zelfde nest, 50% eieren komt niet uit. Bouwen dwanmatig giga nesten, soms meerdere per jaar.
- 41—IJsbeer EEP
Poolgebied. Gebieden waar jaarlijks ijs ligt. Solitair, behalve vrouwtje met 2 cubs.
Grootste roofdier, einde voedselketen.
Uitgestelde eicel ontwikkeling. ♀ graaft hol in de sneeuw, bij zwangerschap, en gaat in winterslaap.
twee jongen worden halverwege geboren, als ze 2 maand oud zijn naar buiten. Niet zwanger, geen winterslaap.
Uitstekende isolatie door vetlaag en bouw van de haren. Holle haren en zwarte huid. Behaarde voetzolen. Dubbele vacht, wordt dus niet doornat bij zwemmen
- 42—Japanse kraanvogel
EEP.
Rusland, china, hokaido.
kustgebieden, moerassen.
monogaam voor het leven. In paren in kolonie. Dansen. nest in diepe moerasgebieden, 2 eieren maar 1 jong. beide broedzorg. Geen natuurlijke vijanden, komt door scherpe snavel en enorme spanwijdte 2,5 meter. Symbool voor liefde, geluk en vrede.
- 43—Gewone zeehond
kustgebieden amerika en europa
In grote groepen op de stranden, bij jacht alleen.
♂ vechten op de paarstranden voor een goed territorium. Dicht bij het water is het beste. ♂ met meerdere ♀.
Eerst baren, op een zandbank bij eb. jong kan meteen zwemmen. na week of twee paren. Uitgestelde innesteling.
Geen oorschelpen.
haalt vocht uit voedsel, drinkt geen zeewater.
- 44—Ekstergans
Australie, moerasgebieden.
In groepen, bij voorkeur in bomen.
nest op de grond.
1♂ met 2♀ broeden samen.
Lange achterteen dus kan goed evenwicht houden op dunne takken.
- 45—Emu
Australie, Grasland, droge bossen
Kleine losse groepen.
koppel tijdens paarseizoen in eigen territorium. ♀ verdwijnt na het leggen van eieren.♂ broedt, eet tijdens broeden niet, en zorgt voor jongen, ook weesjongen kunnen zich aansluiten.
Loopvogel, met drie tenen. kan 50 km per uur, meestal 7 km. Kleine rafelige vleugeltjes, geen aanhechtingsplaats op borstbeen voor vliegspier.
- 46—Europese ooievaar
Europa, Afrika. bewoonde wereld.
koppel tijdens broedseizoen bij elkaar. Migreren in grote groepen. ♂ maakt eerst nest in orde, ♀ komt later pas. Ieder jaar zelfde paar op zelfde nest. Beiden broedzorg.
Geen stembanden, alleen klepperen.
- 47—Aziatische kleinklauwotter
Azie, Natte gebieden met water.
Familiegroepen. Speels en erg vocaal. monogaam, 2 x per jaar nest. beide ouders zorgen.
Laagje lucht tussen onder en bovenvacht. In het water wordt lucht eruit gedrukt, zie je belletjes opstijgen. Als isolatielaagje op is moet hij naar het land, anders onderkoeling.
- 48—Azara's agouti
Zuid Amerika, regenwouden.
Sociale dagactieve dieren.
Verzamelen nootjes en zaden, maken voorraden en vergeten soms waar die waren.
Kunnen paranoten met tanden kraken.
Veel natuurlijke vijanden, schuw en erg allert.
- 49—Aalscholver
Overal.
Erg sociaal, seizoens monogaam
Geen vette veren zoals andere watervogels. Moeten drogen. Karakteristieke houden ook voor de spijsvertering.
- 50—Beverrat
Z.Amerika.
Water met veel begroeiing langs oevers. Sociale nachtactieve dieren. In kolonies.
♂ met meerdere ♀. Geen paarseizoen, meerdere nesten per jaar. ♀ zorgt voor jongen. Bouwt vlotten in het water. Kleiner en lichter dan de bever. Eet eigen ontlasting om alle voedingsstoffen binnen te krijgen. Graaft lange grote gangen.
- 51—Dwergflamingo
Zuid en Oost Afrika. Zout en hoog alkalische meren.
Grote groepen met koppels, paringsdansen.
Apart broedgebied. Maken heuveltje van modder voor 1 ei. Beiden broedzorg.
Jongen gaan naar de crèche.
Filteren met speciale snavel algen uit het water, rode kleurstof, geeft roze kleur.
1 poot om warmte binnen te houden, 2 poten om af te koelen.
- 52—Humboldt-pinguïn EEP
Zuid Amerika. kuststreken
In kolonies en monogaam.
broeden 2 x per jaar. Nest in een hol of rotsspleet tegen de zon .twee eieren, beiden broedzorg. Hartslag gaat omhoog als er mensen in de buurt komen. Duurt lang voordat deze weer normaal is.
Goede camouflage voor in zee.
- 53—Bruinbehaard gordeldier.
Kunnen lepra krijgen (enige andere zoogdier die dat kan)
Kunnen O2 uit de grond filteren tijdens graven.
Krijgen ééneiige meerlingen (2 tot wel 14 toe) daardoor van belang voor wetenschap. nakomelingen zijn genetisch identiek.
18 gordelbanden waarvan er 7-8 kunnen scharnieren-->oprollen als bescherming van buik.
- 54—Pauwoogzoetwaterrog
Zuid amerika.
leeft solitair.
Oneven aantal eieren, 3 tot 21.
Eierlevendbarend. verder geen broedzorg.
De enige vis die eten kauwt.
Kan steken
- 55—Kolenbranderschildpad
bij leguaan
Zuid Amerika. Graslanden, heeft water nodig.
Eieren worden ingegraven, temperatuur bepaalt het geslacht van de nakomelingen.
Geen tanden maar verhoornde bovenlip om te bijten.
Jongen hebben een eitand.
- 56—Capibara
zuid amerika. Half land half waterdier.
grootste knaagdier.
Erg sociaal, ook naar andere diersoorten. dominant♂ met meerdere ♀ en jongen in een groep.
1 nest per jaar, jongen hebben ogen open, tanden en volledige vacht.
Neusgaten, ogen en oren op 1 lijn. Kan zo grotendeels onder water zwemmen. Dikke onderhuidse vetlaag met jodium--> gebruikt in de farmaceutische industrie
- 57—Trompetzwaan
bij aalscholver
N. Amerika.
Monogaam paar voor het leven.
maken samen nest, ♂ erg territoriaal tijdens broeden
- 58—Zwarthalszwaan
bij beverrat
Zuid amerika. Moerassen, brakke lagunes.
Sociaal in grote groepen. Nesten vlakbij de oever op kleine (zelfgemaakte) eilandjes. Beide ouders doen aan broedzorg. Blauwe snavel.
- 59—Helmparelhoen
bij aalscholver
Afrika. Droge open vlaktes
Sociaal in groepen.
legt heel veel eieren 20-30.
Lopen graag.
Je kan ze eten.
- 60—Rijstvogel
kinderboerdeij
- 61—Napoleonwever
kinderboerderij
- 62—Rode reuzenkangoeroe
ESB
Australie, droge en semidroge graslanden.
Groepen van 2 - 10 dieren. Los groepsverband. Jong wordt vroeg in zwangerschap geboren. klimt naar buidel en blijft daar maand of 8.
Kunnen waterputten graven
- 63—gewone flamingo
Afrika
Ondiep water,zoutwatermeren.
Koppels in kolonies.
Monogaam, 1 ei per keer. Kuikens in de crèche
Nest is hoopje modder met kuiltje.
tijdens eten zijn kop en snavel ondersteboven.
Rode kleur door kleurstoffen in algen, kreeftjes en garnalen.
- 64—Zwarte zwaan
bij europese ooievaar en streepkopgans
Australie. Grote meren, rivieren
In groepen buiten de broedtijd. Monogaam, beiden doen aan broedzorg.
- 65—Geelborst kapucijnaap EEP
Apen nieuwe wereld.
Brazilie. Regenwoud. Sociale dieren in groepen. alpha ♂ en alpha♀.
♀ paart ook met lagere mannetjes
♀ neemt initiatief tot paren.
Plassen over handen en voeten, smeren lichaam ermee in. Is territorium afzetten.
Grote grijpstaart
Geen opponeerbare duim, wel grote teen
ERg intelligent, gebruiken gereedschap.
- 66—Heilige ibis
Afrika, altijd bij water in de buurt.
Rusten in grote groepen, eten zoeken in kleine groepen. Broeden in grote kolonies, seizoens monogaam. ♂ vecht om territorium, dan zoekt ♀ een ♂ uit.
♂ verzamelt nestmateriaal, ♀ bouwt nest. 2-3 eieren, beide broedzorg. Invasieve exoot, mag niet meer in dierentuinen gehouden worden.
- 67—kroeskop pelikaan EEP
Z.O Europa, Rusland, Azie
Zoetwatergebieden, wetlands, Delta's.
Kan solitair, kan in groepen.
Monogame koppels. Nest van riet, gras en takken vastgemaakt met uitwerpselen. Jongen in de crèche terwijl ouders voor voedsel zorgen.
- 68—wasbeer
Noord Amerika. groot aanpassingsvermogen w.b. leefgebied. Solitair en nachtactief. Paringsritueel duurt 4-5 dagen. ♂ volgt ♀. zij staat steeds meer toenadering toe. Paring duurt 1-2 uur. Wast niet zijn voedsel maar zoekt met poten bodem af. Heel gevoelige "handen" Kunnen "zien"met handen, beter dan met ogen